Spechtinktzwam

De spechtinktzwam (Coprinopsis picacea) heeft een donkerbruine tot lichtgrijze ei- of kegelvormige hoed. Verder is de hoed hoog, glanzend, radiair gerimpeld en hier en daar lichtbruin gestreept. De hoed kan een diameter van 4 tot 8 centimeter bereiken. Hij is aanvankelijk volledig bedekt door een wit en viltig velum dat na verloop van de herfst bij het uitgroeien van de hoed in onregelmatige banden openbreekt en dan doet denken aan de veren van een grote bonte specht (Dendrocopos major). Het is tevens de verklaring van zijn naamgeving. De lamellen staan dicht opeen en zijn wit of grijsroze tot zwart. De steel is wit en meestal knolvormig verdikt. De paddenstoel wordt tot zes centimeter hoog.
Deze paddenstoelensoort is van de zomer tot de late herfst te vinden in gematigde gebieden en op kalkrijke, lemige bodems. De paddenstoel wordt voornamelijk alleenstaand aangetroffen in de buurt van beuken. De spechtinktzwam is zo zeldzaam dat men zich gedwongen voelde hem op de rode lijst van zeldzame soorten te plaatsen.

Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Coprinopsis, komt uit het Grieks waar kopros ‘mest’ betekende. De naam verklaart dus dat de naamgevende soort zich bijzonder thuis zal voelen op een mestvaalt. Het tweede deel, picacea, is afgeleid van de wetenschappelijke naam van de (Europese) ekster (Pica pica). Het is onduidelijk waarom men deze paddenstoel in de wetenschappelijke wereld vernoemd is naar een ekster, terwijl hij in de 'normale' wereld meer lijkt op een specht. Het verenkleed van een specht lijkt namelijk veel meer op de spechtinktzwam dan die van een ekster.

Deze paddenstoel ruikt naar de ouderwetse mottenballen en die hadden als werkzame stof naftaleen. De eetbaarheid van de spechtinktzwam is nimmer onderzocht, maar de smaak is zo onaangenaam dat je niet zo snel in de verleiding komt om een hapje te nemen. Verschillende bronnen zeggen dat deze soort giftig is, maar door enkelen zonder nadelige effecten gegeten kan worden. De bronnen vertellen ons niet wat er met de rest van de consumenten is gebeurd.

Het grote probleem is dat de spechtinktzwam verward kan worden met de wél eetbare geschubde inktzwam (Coprinus comatus). Een jonge geschubde inktzwam smaakt volgens de kenners heerlijk, maar moet wel direct na het plukken verwerkt worden. De zwam is niet meer eetbaar wanneer vervloeiing of verkleuring optreedt.

En juist dat is het grote probleem van alle paddenstoelen: veel giftige soorten lijken zoveel op eetbare soorten dat vergissingen nimmer uitgesloten kunnen worden. Zelfplukken moet daarom eigenlijk uitgebannen worden, maar daarmee zal ik wel op lange tenen komen te staan.

Geen opmerkingen: