De geelwrattige amaniet (Amanita franchetii) staat in Engelstalige landen wat minder wrattig bekend als Franchet's amanita. De soort is in Nederland uiterst zeldzaam, maar elders in Europa, vooral in Zuid-Frankrijk, Italië en delen van de Balkan, treft men hem wat vaker in bossen aan. De geelwrattige amaniet is een uitgesproken liefhebber van kalkhoudende, basische bodems. Denk aan oude beukenlanen, hellingbossen en mediterrane kalkplateaus.
De hoed van de geelwrattige amaniet is doorgaans 5 tot 12 centimeter in diameter. Jonge exemplaren beginnen halfbolvormig. Later spreidt de hoed zich uit tot een vlakke of licht gewelfde vorm. Die hoed heeft geelbruine tinten die worden afgewisseld met okerkleurige vlokjes, restanten van het universele velum dat de jonge vruchtlichamen omhult. Dát is de reden dat hij als wrattig gezien wordt. Naarmate de paddenstoel ouder wordt, verbleken de kleuren en krijgt de hoed een matte, soms bijna geschubde uitstraling. De lengte van de steel varieert meestal van 6 tot 12 centimeter. Hij is wit tot lichtgeel van kleur en is slank, cilindrisch, soms iets verbreed naar boven. De steel is (vaak) voorzien van een ring die rafelig kan ogen. Aan de basis zit een bolvormige verdikking, een kenmerk dat binnen het geslacht Amanita veel voorkomt.
Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Amanita, is afkomstig van het Griekse woord Amanitai. Het is een meervoudsvorm en betekent ‘(een soort) paddenstoelen’. Het tweede deel, franchetii, eert de Franse botanicus Adrien René Franchet (1834-1900), een man die het grootste deel van zijn tijd besteedde aan het beschrijven van de flora van China en Japan. Franchet stond bekend om zijn neiging om elke plant die hij tegenkwam te voorzien van een naam, een classificatie en bij voorkeur ook nog een voetnoot.
Over de giftigheid van de geelwrattige amaniet bestaat onder wetenschappers geen volledige consensus. Hoewel geelwrattige amaniet in 2005 in China werd genoemd als mogelijke oorzaak van tien sterfgevallen met symptomen passend bij α‑amanitine‑vergiftiging, wordt deze casus inmiddels betwijfeld vanwege een mogelijk foutieve identificatie van het betrokken materiaal[1]. In oudere literatuur wordt de soort soms als 'mogelijk giftig' omschreven, vooral omdat hij nauw verwant is aan soorten met neurotoxische verbindingen. Recente onderzoeken suggereren echter dat de geelwrattige amaniet geen ernstige vergiftigingen veroorzaakt, maar dat milde maag-darmklachten beslist niet uitgesloten zijn. Mycologen benadrukken daarom dat consumptie wordt afgeraden. De onzekerheid is simpelweg te groot en de soort is bovendien veel te zeldzaam om te plukken.
Bovendien lijkt de geelwrattige amaniet veel te veel op de panteramaniet (Amanita pantherina), die natuurlijk wél behoorlijk giftig kan zijn en in Nederland wat vaker wordt aangetroffen. Beide soorten hebben een bruine hoed met lichte velumresten, maar de panteramaniet toont doorgaans wat scherper afgetekende witte stippen en een meer contrastrijke kleurverdeling. Voor biologen is het een terugkerend dilemma: hoe herken je een soort die zeldzaam is, variabel oogt en bovendien in een familie zit waar giftige en niet-giftige soorten dicht bij elkaar staan? 'Difficult, difficult', zo zou de The Sorting Hat uit de boeken van Harry Potter verzuchten.
[1] Huang et al: Outbreak of fatal mushroom poisoning with Amanita franchetii and Ramaria rufescens in BMJ Case Reports - 2009


Geen opmerkingen:
Een reactie posten